Naar overzicht

Vijf misverstanden over public speaking

05 februari 2016 - 6 min. leestijd
Bas

Persoonlijk

Bas Mouton, oprichter van Speech Republic en auteur van het boek ‘Magie in al je communicatie’ deelt de vijf grootste misverstanden over public speaking.

In de afgelopen tien jaar heb ik als Speech Republic Coach van veel sprekers ideeën gehoord met betrekking tot spreken in het openbaar. Soms zorgen deze ideeën ervoor dat mensen boven zichzelf uitstijgen, maar soms zorgen ze er voor dat sprekers minder goed presteren. Dit zijn de vijf belangrijkste misverstanden die ik vaak tegenkom:

1. ‘Je lichaamstaal en je intonatie zijn het allerbelangrijkste bij public speaking’

De gedachte hierachter is dat het niet gaat om wat je zegt, maar om hoe je het zegt. Wat je met je handen doet, of hoe je stem klinkt, zou belangrijker zijn dan wat je te vertellen hebt. Dit leidt vaak tot een te zelfbewuste spreker die meer bezig is met zijn handen en intonatie dan met zijn boodschap. Deze aanname is gebaseerd op verkeerd geïnterpreteerd onderzoek van Mehrabian. Hij deed onderzoek naar wat mensen geloven bij tegenstrijdige boodschappen: de tekst of de manier waarop het gezegd wordt. Als jij mij zou tegenkomen en op cynische toon tegen mij zou zeggen: ‘Lekkere blog heb jij geschreven, zeg.’ Dan zou ik die boodschap waarschijnlijk niet letterlijk opvatten, ik zou in de gaten hebben dat jij het helemaal geen goede blog vond.

Public speaking gaat niet over het uitzenden van tegenstrijdige boodschappen, het gaat om het zeggen wat je écht vindt. Als je dat doet, vallen de toon en de lichaamstaal vanzelf op de goede plek. Maak je dus nooit meer druk om wat je met je handen doet op het podium. Zeg gewoon wat je écht vindt.

2. ‘Als ik het podium op ga is het lastig dat ik zo nerveus ben, daar moet ik vanaf’

Als spreker wil je graag ontspannen overkomen. Een hartslag van 180 en jezelf niet ‘in control’ voelen, is dan echt niet handig. Daarom vechten sommige sprekers tegen hun zenuwen en beschouwen ze het als iets waar ze vanaf moeten. Wat hierin vergeten wordt, is dat spreken in het openbaar simpelweg heel spannend is. Ontspannen het podium opgaan is net zoiets als jezelf op te dragen om relaxed te skydiven.

Daarnaast vind ik het een nog veel groter probleem als sprekers geen zenuwen kennen. Dat zijn sprekers die denken: ik praat mij er wel uit. Dat is minachting richting je publiek. Deze sprekers zijn over het algemeen de slechtste sprekers op congressen. Natuurlijk: verteerd worden door angst voordat je het podium opgaat, werkt niet erg effectief. Dan zou ik je aanraden om er iets aan te doen. Een flinke dosis spanning bereidt je echter voor op een grote prestatie. Dus als jij het spannend vindt om het podium op te stappen, zeg ik tegen jou: ‘Mooi, dat betekent dat het je iets kan schelen.’ Je geeft iets om de mensen in de zaal. De grootste artiesten kennen dit gevoel ook en dat is ook precies wat ze zo goed maakt!

3. ‘De kunst van public speaking draait om retorische trucs’

De beroemde drieslagen, de retorische vraag, de paradox, het veelgebruikte eufemisme. Natuurlijk zijn ze met succes gebruikt, maar het is een groot misverstand dat deze trucs op zichzelf krachtig werken als er geen passie achter zit. Waar het echt om gaat is dat je binnenkomt bij de luisteraar. Hoe meer iets vooraf bedacht en ingewikkeld gemaakt wordt, hoe langer je publiek moet nadenken en hoe minder ze iets gaan voelen.

Laten we eerlijk zijn: ‘Vraag je niet af wat jouw land voor jou kan doen, maar vraag je af wat jij voor je land kan doen’ is een hele ingewikkelde zin. Terwijl het publiek nog aan het nadenken is over wat jij hebt gezegd, ben jij al vijf zinnen verder. ‘Wat moet ik doen?’. Dat is duidelijke taal. De kunst is om te spreken zoals jij normaal ook spreekt. Op je beste momenten. Dan hoef je geen spannende trucs te verzinnen. Dan klink je gewoon als jezelf.

4. ‘Voor de spiegel oefenen of voor een camera is een goed idee’

Het is onmogelijk om je zelf te zien en te horen, zoals andere mensen jou waarnemen. Ik vind het al vreselijk om mijn eigen voicemail te beluisteren, terwijl andere mensen denken: dat is gewoon Bas. De kans is groot dat dat voor jou ook geldt. Wanneer jij denkt: ik kijk te serieus, ziet jouw publiek iets compleet anders. Het publiek vindt ook helemaal niet dat jij je voorhoofd te veel beweegt, of je vingers te stijf houdt, of dat je stem te veel trilt. Jij ziet in de spiegel een bepaald beeld van jezelf, wat anderen misschien helemaal niet zien. Op het moment dat sprekers zichzelf voor een spiegel gaan bekijken, wordt hun eigen kritische blik de baas en daar word je als spreker niet beter van.

Oefen daarom nooit voor een spiegel en kijk jouw optreden alleen terug als je tevreden was. In alle andere gevallen ga je je alleen maar aan jezelf ergeren. Bovendien ga je weer letten op details die andere mensen helemaal niet opvallen.

5. ‘Sommige mensen zijn geboren redenaars’

‘Dat is niet voor mij weggelegd’ of ‘Ik heb een collega, die presenteert altijd heel goed.” Sommige mensen lijken geboren sprekers, maar niets is minder waar. Niemand kon praten toen hij geboren werd. Niemand! Iedereen heeft het moeten leren. Dat geldt ook voor spreken op een podium. Daar gelden speciale wetten die je moet doorvoelen en doorleven. Als een verhaal écht belangrijk is, moet je gewoon keihard werken om je publiek te inspireren. Als dat je lukt zullen mensen na al je harde werk zeggen: ‘Bij hem ziet het er altijd zo gemakkelijk uit.’

 

Magiemoment

Ontvang elke maand inspiratie voor magische communicatie in je mailbox.
We sturen alleen nuttige e-mails, beloofd!

Wij vinden spam ook vervelend en zullen niet meer dan één keer p.w. uitzenden.